Week 5: Nepal, de mensen.

21:31

Iedereen begroet je met een vriendelijke ‘namaste’ wanneer je elkaar passeert op straat. Als je elkaar wat langer dan een aantal seconden ziet gaat de ‘namaste’ vaak ook gepaard met ‘how are you?’. Wanneer je elkaar al wat vaker hebt gezien is de vraag ‘have you eaten?’ niet ongepast. Wanneer je antwoord met ‘no’ is de kans groot dat je een enorm bord eten onder je neus krijgt geduwd. Wanneer je antwoord met ‘yes’ is de kans bijna even groot dat je een groot bord eten krijgt aangeboden.

Er zijn natuurlijk verschillende redenen om naar Nepal af te reizen. Mijn reden was vrijwilligerswerk wat zeer welkom was na de aardbeving van 2015. Dit is een goede keus geweest, Nepal is een prachtig land om verschillende redenen. In deze blog zal ik een van die redenen uitlichten, namelijk: de mensen.


De Nepalese bevolking is een van de redenen waarom ik een beetje van Nepal ben gaan houden. De mensen zijn ontzettend vriendelijk, behulpzaam en tegelijkertijd grappig. Dit merkte ik vrijwel meteen toen wij bij het hotel in Kathmandu al snel vrienden werden met Naresh. Naresh werkt bij het appartementencomplex waar wij verbleven en was altijd in voor een praatje en een grapje. De vriendelijke man hebben wij helaas maar een dag mogen meemaken, want daarna vertrokken wij als groep al snel naar Pokhara. Maar om elkaar niet te vergeten heeft Naresh ons allemaal toegevoegd op facebook en maakt zo af en toe nog een gezellig babbeltje met ons op deze manier. Zo kan Naresh ook volgen wie wanneer jarig is en zij krijgen dan een prachtig zelfgemaakt kaartje op hun tijdlijn van onze beste Naresh.

In Pokhara gaat het niet anders met de vriendelijkheid van de Nepalese bevolking. De jongens die ons ieder weekend verwelkomen en bedienen bij het hotel herkenden ons vrij snel. Wanneer we een paar uur langer in het hotel willen blijven en eigenlijk moeten uitchecken, is dat geen probleem. Wanneer we een dag langer een kamer willen boeken, is dat geen probleem. Wanneer hij merkt dat iemand ziek is en ik toiletpapier kom halen, krijgen we gelijk twee rollen: ‘for sick friend’.

Een ander verhaal is dat van de schoenmaker die de tas van Bas repareerde. De tas van Bas was kapot en hij bedacht dat het misschien een idee was om die te laten repareren bij een man die op een kleedje, langs de kant van de weg schoenen repareert. Dit bleek een goed idee te zijn, want de man maakte de tas niet alleen, hij verstevigde de tas ook op plekken waarvan hij dacht dat deze zwak waren en dit voor een zeer schappelijke prijs. Er was geen sprake van afdingen bij deze vriendelijke en vakkundige man. De vriendelijkheid van deze man bleek opnieuw toen wij de volgende dag langsliepen en hij ons begroete en vroeg of de tas ‘was still working’. Omdat wij bijna iedere dag in het weekend langs deze hoogst beleefde man lopen herkende hij ons al snel en begroet ons iedere keer bij het passeren. Als een tas, broek, schoen of iets anders kapot is kun je bij deze uiterst aardige en handvaardige man terecht.

Verder stond ik eens te wachten bij de pinautomaat omdat iemand van de groep aan het pinnen was. De meneer die net uit het pinhokje liep, kwam naast mij te staan. Hij stond moeilijk te kijken naar het bonnetje dat hij net uit de pinautomaat had mogen ontvangen. Hierna keek hij mij aan en vroeg: ‘Can you read this for me?’. Ik keek naar wat hij aanwees op het bonnetje. Dit waren een aantal cijfers die ik vervolgens aan hem doorgaf. Hij vertelde me: ‘Ah yes, getting old’, terwijl hij zijn bril aanraakte. ‘Thank you for helping me, where are you from?, voegde hij er nog aan toe. Ik legde aan hem uit dat ik uit Nederland kwam en hier vrijwilligerswerk deed. Ik vroeg hem ook waar hij vandaan kwam, waarop hij antwoorde dat hij in Pohkara woonde. De volgende 30 seconden waren voor mij lichtelijk ongemakkelijk omdat de man naar zijn bonnetje bleef staren en daarna enige tijd mij aankeek, zonder iets te zeggen. Hierna liep hij plotseling weg. Dit soort momenten zijn vaker voorgekomen met verschillende Nepalezen, hierdoor ben ik er achter gekomen dat Nepalezen het begrip awkward silence niet kennen. Maar stuk voor stuk waren dit vriendelijk mensen.

Dan is er nog het diverse personeel van de restaurants en andere tentjes waar we regelmatig te vinden zijn. Zo ook de Bamboo Bar, waar wij vaak in het weekend wat gaan drinken of eten. Vaak gaan we hier ook werken op onze laptop omdat de ambiance in combinatie met de wifi excellent is, we zitten er dus niet alleen maar om op ons luie gat te zitten. Ook hier begon het personeel ons vrij snel te herkennen. ‘Hello friends, how are you today? How was your week?’, vragen ze vol enthousiasme. Een van de meisjes die er werkt kwam ik in het weekend in de stad een keer tegen en toen zwaaide ze heel vriendelijk naar me. 

De tweede week dat wij hier waren namen wij op vrijdag voor het eerst, eveneens redelijk bepakt, de bus vanuit Hemja richting Pohkara. Aan de kant van de weg stonden wij alert te wachten op een bus die langs zou komen sjeezen. De bus die wij hebben weten aaHoe ik heette? Waar ik vandaan kwam? Wat ik hier deed? Hoelang ik hier bleef? Wat voor vak ik lesgaf? Aan welke klas ik lesgaf? Op welke school ik lesgaf? Aan hoeveel kinderen ik lesgaf? Hoe de kinderen waren die ik lesgaf? Of ik hier alleen was? Waar ik op dat moment naartoe ging? Door al deze vragen had ik bijna niet de kans haar vragen terug te stellen over haarzelf. Wanneer ik dit probeerde, stelde zij mij een vraag terug of ze begreep niet goed wat ik haar vroeg. Al met al was dit opnieuw een leuke ervaring in gesprek met een ontzettend vriendelijke Nepalese mevrouw.
n te houden zat stampvol, waardoor wij moesten staan. Ookal was dit geen enkel probleem voor mij, een uiterst aardige vrouw verplaatste het kind wat naast haar zat bij iemand op schoot die tegenover haar zat. ‘Sit, sit’, zei ze tegen mij. (Nepalezen vragen vaak aan je om ergens te gaan zitten als je moet wachten). Om niet onbeleefd te zijn deed ik wat zij tegen mij zei en nam plaats naast haar. Hierna begon de vloedgolf aan vragen in de drukke en luidruchtige bus. Allerlei soorten vragen gooide ze over me heen.

Daarnaast is ook het personeel in de bus erg beleefd en eerlijk. Even terzijde, in de Nepalese bussen is er altijd een buschauffeur en een persoon die een pak geld in zijn hand heeft en aan iedereen vraagt waar ze heen moeten. De mensen in de bus betalen dan beleefd en wanneer de man geen wisselgeld heeft, springt hij misschien tussendoor eens de bus uit om wisselgeld te halen, maar onthoudt altijd aan wie hij nog geld verschuldigd is en hoeveel. Ook onthoudt deze man in een soms stampvolle bus wie er al hebben betaald en wie er nog moeten betalen. Wanneer betalingen zijn afgerond hangt de beste man weer uit de deur van de bus (die overigens wel dicht kan, alleen dat gebeurd nooit) de eindbestemming van de buslijn luidkeels te verkondigen. Maar om terug te komen op het onderwerp van deze blog. Het personeel van de bussen is ook uiterst vriendelijk. Ik ben natuurlijk een beetje een vergeetachtig meisje, een vergietje word ik ook wel eens genoemd. En hierdoor had ik een keer mijn tas in de bus laten liggen met al mijn waardevolle spullen erin. Na het verlaten van de bus werden wij even later nageschreeuwd en vervolgens werd er door het raam van de bus, al rijdend, mijn tas teruggegeven door de lieve meneer van de bus. 

Maar er zijn ook mooie verhalen te vertellen vanaf het platteland. In Hemja verblijven wij bij Ama en Baba zoals ik al eerder geschreven heb. Iedere dag als wij richting de schoolbus lopen wachten wij aan de highway. Omdat de schoolbus iedere dag steeds iets later komt, lijkt het, moeten wij even wachten. Dit doen wij door op een stoepje plaats te nemen tegenover een van de vele winkeltjes in Nepal, die allemaal exact hetzelfde verkopen. Maar dit is een bijzonder winkeltje, waar een bijzondere man werkt. Iedere ochtend staat er dezelfde man. Iedere ochtend begroeten we elkaar met: ‘Namaste, how are you?’. Maar wat ook vrijwel iedere dag gebeurd is dat wij taxi’s aangeboden krijgen. Dit is geen rare ontwikkeling, aangezien wij er natuurlijk uitzien als toeristen. De aardige man van het winkeltje loopt dan naar de taxi chauffeur toe en legt hem uit dat wij vrijwilligerswerk doen en lesgeven op Snow View en dat we wachten op de schoolbus. 

Eenmaal aangekomen op de school worden wij begroet door de directrice, Bishnu. Dit is een van de liefste vrouwen die ik tot nu toe heb ontmoet in Nepal. Wij zien haar iedere dag en ze regelt van alles voor ons. Ze is vaak bezorgd om ons wanneer het bijvoorbeeld te lang duurt voordat we terug zijn met de scooter vanaf Ama of vanuit Pohkara. Dan gaat ze me bellen en wanneer dit niet lukt belt ze iemand anders van ons om te vragen waar we blijven. Ook maakt ze zich vaak druk of we goed te eten krijgen en of de accommodaties wel naar onze zin zijn. Wanneer je ziek bent vraagt ze heel vaak of je je al beter voelt en of je iets nodig hebt. Enzovoorts..

Wanneer wij allemaal terugkomen van onze stage op Snow View begroet Ama ons allemaal een voor een en terwijl wij allen naar boven lopen vraagt ze ons vanuit de keuken: ‘Chiya?’, wat thee betekent. En zo was er een ritueel geboren, iedere middag bij aankomst in het huis drinken we thee met oma. En ook tijdens het avondeten tracht Ama uitgebreidde gesprekken met ons te voeren in het Nepalees. Heel aandachtig proberen wij te luisteren om er een paar woorden uit te filteren die wij kennen en het hierdoor te begrijpen. Soms lukt dit, maar meestal faalt dit. Desondanks is Ama een vrouw die goedlachs is. Laatst was Bas de Duitse leraar van Rundfunk aan het nadoen en riep ‘jullie hebben allemaal een voldoende’ door de keuken. Wederom kon Ama hier ook om lachen.




You Might Also Like

0 reacties

Labels